Bijstandsontvangers zijn leden van de gemeenschap en wij respecteren ze. Respect gaat veel verder dan het geven van geld.

Leden van de gemeenschap die tekort komen krijgen bijstand, voldoende om in hun basisbehoeften te voorzien en hen in staat te stellen als leden van de gemeenschap te functioneren. De bijstandsregeling regelt alle ondersteuning voor mensen in nood. De regeling dekt alle bijdragen van de gemeenschap die voor een menswaardig bestaan in onze samenleving nodig zijn. Naast de tot nu toe gebruikelijke onderdelen bevat de bijstand vergoedingen voor huur – waarbij de huurtoeslag als afzonderlijke regeling vervalt – en de premies van de volksverzekering, die voor iedereen gelijk zijn.

Er is maar één regeling voor bijstand. Vergelijkbare nood wordt vergelijkbaar gelenigd, ongeacht of de ontvanger jong of oud, ziek of gezond, kansarm of kansrijk is.

Bijstandsgerechtigden worden aangemoedigd om deel te nemen aan de maatschappij en zich aan hun noodsituatie te onttrekken. Van iedere zelfverdiende of zelfingebrachte euro houden ze een derde deel over, tot het minimumloon. Het loon van een bijstandsgerechtigde wordt door de werkgever overgemaakt op een tussenrekening onder beheer van de sociale dienst, terwijl de uitkering op de bankrekening van de gerechtigde zelf wordt gestort. De sociale dienst betaalt per direct het bedrag dat de gerechtigde sowieso mag houden door, en verrekent het restant met de uitkering. Zo wordt de gerechtigde behoed voor een inkomensval doordat hij de ene maand meer krijgt en een volgende maand gekort wordt, wat in de huidige opzet voor vele bijstandsgerechtigden tot een schuldenspiraal leidt. Tevens wordt de administratieve rompslomp tot een minimum beperkt.

Tegenover bijstand staat de plicht om ten minste 28 uur per week betaald of maatschappelijk nuttig arbeid te verrichten. De bijstand is dan een beloning, ze hebben het verdiend. Anders is het een lening dat aan de persoonlijke staatsschuld wordt toegevoegd. Waar het uitstaande bedrag van deze schuld een vast te stellen grens overschrijdt wordt de bijstandsgerechtigde gelijk een asielzoeker behandeld.

Mensen die rechtmatig in Nederland wonen maar nog niet tot de gemeenschap zijn toegelaten en mensen die zichzelf buiten de gemeenschap hebben geplaatst – bijvoorbeeld door zelfgekozen nood – worden gelijk een asielzoeker voorzien van een menswaardig minimum aan accommodatie, voedsel en kleding, op de plekken en de wijze waarop dat de gemeenschap schikt. Aan hen wordt geen inkomenscomponent verstrekt om hen deel te laten nemen aan de gemeenschap. Dat geldt eveneens voor bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Bijstand is een gunst van de gemeenschap. Wij hebben het recht te eisen dat de ontvangers zich voor de gemenschap inzetten en hun omgeving leefbaar houden. Discriminatie, homopesterij en ander asociaal gedrag wordt niet door de gemeenschap gefinancierd.

Voor zover bijstandsgerechtigden niet voldoen aan de voorwaarden om hun bijstand als beloning te ontvangen zullen ze, indien ze een eigen huis bezitten, hun huis moeten ‘opeten’. De gemeenschap leent ze een maandbedrag dat voldoende is om hun inkomen aan te vullen tot de noodgrens. Het is hen toegestaan aanvullende bedragen tot het minimumloon bij commerciële geldleners te lenen.

Respect houdt onder meer in dat wij ons niet bemoeien met de persoonlijke levenssfeer van de bijstandsontvanger. Een bijstandsontvanger krijgt hetzelfde bedrag aan bijstand ongeacht of hij samenwoont of niet. Wel krijgt hij een toelage voor zijn woonkosten indien hij zelfstandig woont. Parteners die beide zelfstandig wonen krijgen elk deze toelage. De toelage is nooit meer dan de werkelijke kosten.

.