Op de aarde zijn wij zuinig. Wij hebben er maar één van. Maar wij laten ons niet sturen door de angst…

Wij gunnen onze kinderen een wereld waarin de natuur even welig tiert als toen wij kinderen waren. Soortenrijkdom houden wij in stand. Verstedelijking wordt gecompenseerd door uitbreiding van het areaal dat aan natuurgebieden is gewijd.

Boeren zijn producenten en landschapsbeheerders. De gemeenschap betaalt ze slechts voor dat laatste. Voor dieronvriendelijke praktijken betalen wij niet. Koeien mogen weer grazen in de wei en kippen en varkens hebben bewegingsruimte.

Ten aanzien van de opwarming van de aarde kunnen wij twee op twee manieren in de fout gaan. Wij kunnen de ernst daarvan onderschatten, met als gevolg wereldwijde klimaatrampen. Of wij kunnen worden genept door een samenzwering van wetenschappers die ons voorliegen dat klimaatrampen dreigen, met als gevolg dat de maatregelen die wij nemen er slechts voor zorgen dat onze kinderen net zoals wij over fossiele brandstoffen kunnen beschikken en dat wij een beetje voor gek staan. Mensen die de laatste fout veel erger vinden dan de eerste hebben bijzonder kwetsbare ego’s of zijn bijzonder eigenwijs of beide. Ze tonen aan dat ze voor het dragen van regeringsverantwoordelijkheid ongeschikt zijn. Wij nemen onze verantwoordelijkheid, door de maatregelen en doelen van het klimaatakkoord en de aanvullingen van de EU zonder morren te realiseren. En door alvast plannen te maken om de gevolgen van een hoger zeespiegel op te vangen.

Belastingen op auto’s en brandstof worden uitsluitend aangewend ten behoeve van onderhoud van het wegennet en de vermindering van dan wel de compensatie voor de mobiliteitsverbonden milieuvervuiling.

De BPM op een auto dient ter compensatie van de aanslag op het milieu die de productie daarvan veroorzaakt.

De brandstofaccijns dient ter compensatie van de CO2 uitstoot dat een voertuig produceert. Deze uitstoot wordt berekend door ervan uit te gaan dat de brandstof volledig tot verbranding komt.

De motorrijtijgbelasting is bedoeld om de mobiliteitsinfrastructuur te onderhouden. Deze belasting is afhankelijk van de grootte en het gewicht van het voertuig.

Uitbreiding van de mobiliteitsinfrastructuur wordt betaald vanuit de spitsparkeerheffing.

De politiek gaat ervan uit dat meer mobiliteit gelijk staat aan meer asfalt, met als enig alternatief het afremmen van autogebruik middels kilometerheffing. Meer asfalt is duur en een kilometerheffing is zeer ingewikkeld. Het Sociaal Contract denkt buiten de kaders en heeft een eenvoudige en doeltreffende oplossing.

Nu dat onze economie weer op gang komt, neemt de verkeersdrukte weer toe. Als wij niet oppassen, komen de files van weleer ook weer terug en zal de asfaltlobby om het hardst roepen dat er meer en breder wegen moeten komen. Maar meer asfalt is de komende jaren echt niet nodig en op langer termijn totaal overbodig, weggegooid geld dus. De coronacrisis heeft ons geleerd dat wij echt niet allemaal tegelijk de weg op moeten. En over pakweg 15 tot 20 jaar bestuurt niemand een auto, omdat computers dat veel beter kunnen, veiliger en met minder ruimte tussen de auto’s. Voor de tussentijd heeft het Sociaal Contract een oplossing die eenvoudiger, goedkoper, eerlijker en doeltreffender is dan meer asfalt.

De bereikbaarheid van de steden wordt gestuurd door het parkeerbeleid. Parkeerplekken die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer worden aan de spitsparkeerheffing onderworpen.

De spitsparkeerheffing wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners welke de parkeerplek vanaf hun woonhuis met openbaar vervoer binnen vijftig minuten kunnen bereiken (desnoods met gebruik van P&R faciliteiten). De heffing is een eenmalig bedrag boven op het tijdsevenredige tarief en geldt voor parkeerbeurten die in de ochtendspits aanvangen, tot maximaal €10. Wie net buiten de spits aankomt of verder vanaf een station parkeert betaalt minder. Bedrijven die over parkeerplekken beschikken betalen daarvoor aan de gemeente, gebaseerd op de aanname dat deze plekken tijdens de spits bezet raken. Dit bedrag kan worden verminderd tot het feitelijke gebruik, indien het bedrijf hiervan een sluitende en extern verifieerbare administratie kan overleggen.

Het geld dat een gemeente aan spitsparkeerheffing int wordt uitsluitend ter bevordering van de mobiliteit aangewend. Op deze manier worden de autorijders voor wie openbaar vervoer geen alternatief is niet op kosten gejaagd; alleen degene voor wie openbaar vervoer een reële optie is betaalt extra om met de auto te gaan. Tevens worden gemeenten gestimuleerd om voor beter openbaar vervoer te zorgen en hebben zij geld om toegangswegen te verbreden.