Wij zijn gewend aan overheidsschuld en zien het daarom niet als probleem, en al helemaal niet nu dat de rentes op overheidsschulden negatief zijn. Maar dan halen wij twee dingen door elkaar: of de houdbaarheid en de legitimiteit van de overheidsschuld houdbaar. Is onze generatie bevoegd is deze schuld op het bord van de volgende te deponeren?

Overheidsschuld wordt berekend en verstaan zoals de schuld van elk andere organisatie en persoon, volgens normale boekhoudingsprincipes. Dus niet de boekhoudingsprincipes van politici. In een normale boekhouding betekent het aangaan van een verplichting om iemand in de toekomst iets te betalen dat de aanspraak als een schuld geboekt moet worden en dat geld gereserveerd moet worden om de aanspraak te kunnen honoreren. In een normale boekhouding resulteert een investering in de toegenomen waarde van het bezit, dat bij het vermogen geteld dient te worden.

Zo bezien, hebben wij een AOW-schuld: het bedrag aan opgebouwde AOW-aanspraken dat wij verwachten ooit te moeten uitkeren, minus de reserves die wij opzij hebben gezet om deze aanspraken te kunnen financieren. Deze AOW-schuld is aanzienlijk, het neemt per jaar toe met ongeveer €4.000 per Nederlands ingezetene van tussen de 15 en de 65 jaar, omdat wij niets opzij zetten om de AOW uit te kunnen betalen.

Daar tegenover valt de staatsschuld eigenlijk wel mee. Die bedraagt zo ongeveer 60% van onze Bruto Nationaal Product, maar wordt zo goed als volledig gedekt door de waarde van onze infrstructuur. De netto staatsschuld is ongeveer nul.

Met de onderwijsschuld is het zelfs beter gesteld. De overheid heeft in het verleden betaald voor basis-, voortgezet en hoger onderwijs, en verwacht in de toekomst daarvoor hogere belastingopbrengsten. De onderwijsschuld is flink negatief, wat voor schulden betreft heel prettig is.

Maar wij hebben andere overheidsschulden. In het bijzonder hebben wij een milieuschuld, bestaande onder meer uit de bedragen die wij zullen moeten uitgeven ten behoeve van het tegengaan van de opwarming van de aarde c.q. het bestrijden van de gevolgen daarvan, het oplossen van de stikstofcrisis, en het opruimen van schadelijke stoffen zoals asbest en PFAS. Deze overheidsschuld is pakweg €20.000 per huishouden.

Elke Nederlands ingezetene van 15 jaar en ouder bouwt elk jaar zijn eigen aandeel in de totale overheidsschuld op. Wij hebben allemaal onze persoonlijke staatsschuld. Dit kan worden berekend door de totale toename in de netto overheidsschuld te delen door het aantal ingezetenen. In normale boekhouding is deze schuld echt een persoonlijke schuld en dient het in vermindering op een ieders vermogen te worden gebracht. Wie leeft is rente en aflossing op deze schuld verschuldigd. Wanneer iemand sterft behoort eerst deze schuld te worden ingelost, aalleen wat overblijft komt de erfgenamen toe.

Onze samenleving hinkt op twee benen als het gaat om boetes. Ze zijn bedoeld als straf, maar ook om de staatskas te spekken. Hierdoor geven wij de daders twee tegenstrijdige signalen.

Maatregelen om wetten te handhaven zijn bedoeld om ons land veiliger te maken, niet om de gemeenschapskas te spekken. De inzet is gedragsverbetering.

Wanneer je een verkeersovertreding begaat krijg je daar de eerste keer geen boete voor, maar een schriftelijke waarschuwing, die uiterlijk de dag na de overtreding op de post wordt gedaan.

Alle opbrengsten van verkeersboetes worden besteed aan de verkeersveiligheid. Niemand moet kunnen zeggen dat hij of zij beboet is om de staatskas te spekken, om zich daardoor een vrijbrief te geven verkeersgevaarlijk gedrag voort te zetten of anderen tot dergelijk gedrag aan te zetten. Mensenlevens zijn daar veel te belangrijk voor. Dat is overigens ook de reden waarom de hoogte van boetes stijgt met de draagkracht van de overtreder.

Financiële prikkels worden tevens ingezet voor gedragsverbetering van criminelen. Wie inbreekt, steelt of mensen aanvult krijgt naast een vrijheidsstraf dat op de aard van de daad is afgestemd tevens een boete dat forfaitair is afgestemd op de impact op de slachtoffer. Deze boete wordt aan de slachtoffer uitgekeerd. Om een voorbeeld te geven, wanneer er wordt ingebroken voelt de bewoner zich niet langer veilig in eigen huis en wil die daarom het liefst verhuizen. De boete voor de dader wordt forfaitair vastgesteld op de kosten van een verhuizing, inclusief overdrachtsbelasting, makelaarskosten, de verhuizing zelf en de inrichtingskosten van de nieuwe woning. Dit wordt in rekening gebracht bij de dader. Mocht de dader dit niet kunnen betalen, dan wordt het bedrag door de overheid voorgeschoteld en aan zijn persoonlijke staatsschuld toegevoegd. Indien alle perspectief dat deze schuld ooit wordt terugbetaald ontbreekt, wordt de dader beschouwd als ware hij een asielzoeker.

Bovengenoemde aanpak wordt tevens ingezet om katvangers tot andere gedachten te brengen. Het ‘business model’ van een katvanger is dat niemand hem iets kan maken, omdat er van een kale kip geen veren geplukt kunnen worden. Maar het idee dat hij het recht om te blijven wonen waar hij woont daarmee kan verliezen ondermijnt dit model.

Democratie wordt vaak gedefinieerd als de helft plus 1. Dat is niet hoe Het Sociaal Contract het wil. Wij stellen spelregels voor die voorkomen dat de meerderheid haar macht misbruikt om anderen haar wil op te leggen. Recht gaat voor democratie.

Democratie stoelt op de gelijkwaardigheid van alle leden van de gemeenschap. De meerderheid respecteert de minderheid en behandelt die zoals zij zelf ook behandeld zou willen worden, zij is met de minderheid solidair. Ook in het democratisch proces hanteren wij de gouden regel als toetssteen. Van ieder deel van de gemeenschap mag worden gevraagd: zou u behandeld willen worden zoals u anderen behandelt? Deze vraag slaat niet slechts op de uitkomsten, maar ook op het proces. De Duitse bezetting van Nederland tijdens de oorlog zou fout zijn geweest, zelfs al hadden ze alleen maar onze bestwil voor ogen, en zelfs al zou ze daarin zijn geslaagd. Wat wij willen doen bepalen wij zelf, daar gaat een ander niet over. Schulden schuiven wij niet door naar volgende generaties, ook al doen wij het om hun bestwil, want wij gaan niet over hun geld.

Wij accepteren dat de gouden regel ook op ons wordt toegepast. Met de maat waarmee wij meten zullen wij zelf gemeten worden. Dat is een extra prikkel om de gouden regel consequent te hanteren, want de mogelijkheid dat de rollen weleens omgekeerd zullen worden kan niet worden uitgesloten.

Democratie is een spel waarin de deelnemers de regels tijdens het spel kunnen veranderen. En daarom zijn er regels om te bepalen welke veranderingen zijn toegestaan. Deze regels staan in onze grondwet. Grondwet staat boven wet. Artikel 1 van de grondwet geeft aan dat niet gediscrimineerd mag worden. Wetten die tot gevolg hebben dat de ouderen van nu voorrechten krijgen op een manier die het onmogelijk maakt om de ouderen van straks dezelfde voorrechten te geven, zijn discriminerend.

Het recht van de gemeenschap om belastingen ten behoeve van het functioneren van de overheid te heffen is ontleend aan de bijdrage van de gemeenschap aan de maatschappelijke activiteiten die belast worden.

Het staat politici niet vrij om geld op één activiteit te heffen en op een ander uit te geven, want dat leidt vroeg of laat tot Sinterklaasgedrag. Bij elke heffing is het duidelijk waaraan het wordt besteed en wat de rechtvaardiging voor de hoogte daarvan is. Je krijgt elk jaar een overzicht van alle door jou betaalde heffingen, uitgesplitst naar de doelen waarvoor die heffingen zijn aangewend.

Op dit overzicht staat ook wat jouw deel van de financiële balans van de gemeenschap is, jouw persoonlijke staatsschuld. Bedragen die de gemeenschap zou moeten reserveren om toekomstige uitgaven voor onder meer AOW-aanvulling, WW-, WIA- en ZW-uitkeringen, bodemsanering en asbestverwijdering te betalen staan aan de minkant, het zijn schulden. Gedane investeringen, voor zo ver gedekt door toekomstige heffingen – met uitsluiting van aardgasbaten – staan aan de plus kant. Jouw deel van de plus- en minbedragen neemt toe of af per jaar door de totale toe- of afname te verdelen naar rato van de verhouding tussen jouw grondslag en de totale grondslag in dat jaar. Voor zover de min groter dan de plus is, wordt dit als een persoonlijke staatsschuld aangemerkt en als achtergestelde lening gehanteerd. Het is schuld die op jouw rekening komt, en je hebt het recht niet om het door te schuiven naar een ander. Het is immers niet jouw geld.

Nood is ten diepste gebrek aan vermogen en wordt vanuit vermogen gelenigd. De gemeenschapsbijdrage aan het lenigen van nood wordt in principe bekostigd uit heffingen op vermogen, dat pro rata wordt geheven over alle leden van de gemeenschap naar verhouding van de grootte van hun vermogen, inclusief de netto waarde van hun woning. Deze netto waarde wordt bepaald door het bedrag aan uitstaande leningen af te trekken van de WOZ-waarde. Een laag of zelfs negatief inkomen leidt niet tot vermindering van de heffing op vermogen. Desnoods leent de gemeenschap je de verschuldigde heffing.

Voor zover je zelf te maken hebt met buitensporige kosten voor – bijvoorbeeld – medische zorg, worden die op de heffing over jouw vermogen in mindering gebracht, waarbij het minimumbedrag dat voor eigen rekening komt stijgt met het vermogen. Daardoor wordt voorkomen dat een vermogende meer terug krijgt bij dezelfde kosten dan een minder vermogende. Jouw giften aan het algemene nut beogende instellingen kunnen binnen grenzen worden afgetrokken van jouw bijdrage aan het lenigen van nood.

Een goed functionerende gemeenschap maakt het mogelijk om inkomsten te verwerven. Daarom worden de lopende kosten van de gemeenschap bekostigd uit heffingen op inkomsten, volgens een zelfde percentage van het inkomen boven de bijstandsnorm. Dit is rechtvaardig omdat de gemeenschap voorwaardelijk is voor het kunnen verwerven van hogere inkomens. Aftrekposten doen afbreuk aan deze rechtvaardigheid en worden daarom niet gehonoreerd, voor zover bepaald door privé-tegenvallers en niet de verwervingskosten van het inkomen. Nood en pech worden fiscaal niet verward.

Heffingen op productie – voornamelijk BTW, maar ook BPM – worden gebruikt om de afschrijvingen op de infrastructuur van de gemeenschap te bekostigen.

Voor alle heffingen geldt: vergelijkbare niveaus van bezit of inkomen leiden tot vergelijkbare heffingen. Een huizenbezitter en een huurder met een vermogen gelijk aan de netto waarde van de woning van de huizenbezitter dragen daarover evenveel bij aan nood.

Overdrachtsbelasting en successierecht worden afgeschaft, omdat er tegenover de grondslagen daarvan geen bijdrage van de gemeenschap staat. Wel wordt er van de boedel van een overledene of een emigrant de achtergestelde leningen ingehouden.

Geen enkele heffing is zo hoog dat het genot teniet doet dat leden van de gemeenschap aan hun aandeel van de grondslag beleven. Waar zoiets dreigt geeft de gemeenschap minder uit aan het doel van de heffing. Immers, uiteindelijk is niemand gebaat door het doen alsof wij rijker zijn dan wij zijn.

De prijzen die aan burgers en bedrijven in rekening voor overheidsdienstverlening worden gebracht zijn niet hoger of lager dan nodig om de reële productiekosten daarvan te betalen. Meer vragen is een verkapte vorm van belasting, die echter niet voldoet aan de eerlijkheidsregels die voor heffingen gelden. Minder vragen is een verkapte vorm van subsidie, waardoor andere heffingen op oneerlijke wijze hoger worden.

Wanneer mag de gemeenschap geld lenen? Het Sociaal Contract geeft daar regels voor. En het heeft ook een goede regeling voor de bestaande staatsschuld.

De overheid leent geld alleen om investeringen te bekostigen, niet om lopende kosten te betalen. Immers, alle leningen moeten een keer worden terugbetaald, met rente. Het lenen van geld om lopende kosten te betalen komt erop neer dat wij volgende generaties laten betalen voor onze levensstijl; dat is fundamenteel oneerlijk.

Niet alle schuld is problematisch. Schuld die door geoormerkte opbrengsten gedekt wordt mag. Daarentegen zijn toekomstige aanspraken effectief ook een schuld. De effectieve staatsschuld komt voor rekening van de generaties waaronder die ontstaan is. Zij betalen daar rente over en de schuld wordt uiterlijk bij hun overlijden geïnd.