De politiek gaat ervan uit dat meer mobiliteit gelijk staat aan meer asfalt, met als enig alternatief het afremmen van autogebruik middels kilometerheffing. Meer asfalt is duur en een kilometerheffing is zeer ingewikkeld. Het Sociaal Contract denkt buiten de kaders en heeft een eenvoudige en doeltreffende oplossing.

Nu dat onze economie weer op gang komt, neemt de verkeersdrukte weer toe. Als wij niet oppassen, komen de files van weleer ook weer terug en zal de asfaltlobby om het hardst roepen dat er meer en breder wegen moeten komen. Maar meer asfalt is de komende jaren echt niet nodig en op langer termijn totaal overbodig, weggegooid geld dus. De coronacrisis heeft ons geleerd dat wij echt niet allemaal tegelijk de weg op moeten. En over pakweg 15 tot 20 jaar bestuurt niemand een auto, omdat computers dat veel beter kunnen, veiliger en met minder ruimte tussen de auto’s. Voor de tussentijd heeft het Sociaal Contract een oplossing die eenvoudiger, goedkoper, eerlijker en doeltreffender is dan meer asfalt.

De bereikbaarheid van de steden wordt gestuurd door het parkeerbeleid. Parkeerplekken die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer worden aan de spitsparkeerheffing onderworpen.

De spitsparkeerheffing wordt berekend aan de hand van het aantal inwoners welke de parkeerplek vanaf hun woonhuis met openbaar vervoer binnen vijftig minuten kunnen bereiken (desnoods met gebruik van P&R faciliteiten). De heffing is een eenmalig bedrag boven op het tijdsevenredige tarief en geldt voor parkeerbeurten die in de ochtendspits aanvangen, tot maximaal €10. Wie net buiten de spits aankomt of verder vanaf een station parkeert betaalt minder. Bedrijven die over parkeerplekken beschikken betalen daarvoor aan de gemeente, gebaseerd op de aanname dat deze plekken tijdens de spits bezet raken. Dit bedrag kan worden verminderd tot het feitelijke gebruik, indien het bedrijf hiervan een sluitende en extern verifieerbare administratie kan overleggen.

Het geld dat een gemeente aan spitsparkeerheffing int wordt uitsluitend ter bevordering van de mobiliteit aangewend. Op deze manier worden de autorijders voor wie openbaar vervoer geen alternatief is niet op kosten gejaagd; alleen degene voor wie openbaar vervoer een reële optie is betaalt extra om met de auto te gaan. Tevens worden gemeenten gestimuleerd om voor beter openbaar vervoer te zorgen en hebben zij geld om toegangswegen te verbreden.