Ooit dachten wij met de Participatiewet te zorgen dat mensen massaal uit de bijstand zouden stromen richting betaald werk. Maar wij hadden onszelf nooit afgevraagd wat het eigenlijke probleem was. Ondertussen bedachten wij steeds meer en heftiger mechanismes om de mensen in de marges van de arbeidsmarkt daar zo lang mogelijk te houden.

Onze arbeidsmarkt zit op slot. Bijna niemand krijgt nog een vaste aanstelling. Vind je dat gek als een werkgever twee jaar moet doorbetalen bij ziekte en straks een half jaar bij ontslag? Door dit soort maatregelen investeren werkgevers niet in hun mensen. Zo plegen wij roofbouw op onze economie. Het moet en kan anders.

De gemeenschap doet alles in haar macht om te zorgen dat al haar leden naar vermogen zinvolle arbeid verrichten. Dat doen wij primair door een klimaat te scheppen waarin het goed zaken doen is. Wij zijn eerlijk ten opzichte van werkgevers. Daardoor vragen wij hen niet op te draaien voor zaken die zij niet kunnen beïnvloeden. Werkgevers dragen werkgevers-risico’s, werknemers dragen werknemers-risico’s, zo nodig daarin geholpen door de gemeenschap. Winst maken mag, en de gemeenschap zorgt ervoor dat dit niet over de ruggen van haar leden plaats vindt.

Een werkgever die voortdurend in zijn medewerkers investeert om hun inzetbaarheid naar gangbare, toekomstvaste standaarden in zijn branche op peil te houden hoeft niet nog eens te dokken mocht hij ze bij gebrek aan werk moeten ontslaan. De persoonlijke gevolgen van een gebrek aan werk komen voor rekening van de werknemer, die zich daarvoor via de WW verzekert. De persoonlijke gevolgen van een verschuiving in het niveau van het werk komen voor rekening van de werkgever, van wie wij verwachten dat hij zich tot het uiterste inzet om het beste uit zijn werknemers te halen.

Vrijwilligers zijn gelijkwaardig aan mensen die betaalde arbeid verrichten. Regelingen voor mantelzorgers worden uitgebreid tot alle mensen die onbetaald arbeid ten behoeve van het algemene nut verrichten.

Het wordt duurder om werknemers zonder vast dienstverband op de loonlijst te hebben, omdat de scholingsbijdrage rechtstreeks en direct aan de werknemer wordt uitbetaald, met een toeslag omdat de werknemer scholing niet zo gunstig kan inkopen als de werkgever.

Het minimumloon wordt met 15% verhoogd. Deze maatregel maakt Nederlandse goederen en diensten iets duurder, maar bespaart de gemeenschap een veelvoud van deze meerkosten in verminderde bijstandsuitgaven. Werkgevers die exporteren krijgen de kosten die deze maatregel met zich meebrengt vergoed voor het deel van hun omzet dat zij exporteren.

Verder zorgen wij dat onze werkenden minder last van oneerlijke buitenlandse concurrentie hebben. Er komt een heffing op alle import die niet aantoonbaar op basis van een ‘living wage’ geproduceerd of waarbij de productie meer vervuiling oplevert dan in Nederland is toegestaan. Deze heffing wordt besteed in het productieland om alsnog arbeiders te belonen dan wel om milieuschade te compenseren. Voor deze maatregel hebben wij de EU nodig.