Onze samenleving hinkt op twee benen als het gaat om boetes. Ze zijn bedoeld als straf, maar ook om de staatskas te spekken. Hierdoor geven wij de daders twee tegenstrijdige signalen.

Maatregelen om wetten te handhaven zijn bedoeld om ons land veiliger te maken, niet om de gemeenschapskas te spekken. De inzet is gedragsverbetering.

Wanneer je een verkeersovertreding begaat krijg je daar de eerste keer geen boete voor, maar een schriftelijke waarschuwing, die uiterlijk de dag na de overtreding op de post wordt gedaan.

Alle opbrengsten van verkeersboetes worden besteed aan de verkeersveiligheid. Niemand moet kunnen zeggen dat hij of zij beboet is om de staatskas te spekken, om zich daardoor een vrijbrief te geven verkeersgevaarlijk gedrag voort te zetten of anderen tot dergelijk gedrag aan te zetten. Mensenlevens zijn daar veel te belangrijk voor. Dat is overigens ook de reden waarom de hoogte van boetes stijgt met de draagkracht van de overtreder.

Financiële prikkels worden tevens ingezet voor gedragsverbetering van criminelen. Wie inbreekt, steelt of mensen aanvult krijgt naast een vrijheidsstraf dat op de aard van de daad is afgestemd tevens een boete dat forfaitair is afgestemd op de impact op de slachtoffer. Deze boete wordt aan de slachtoffer uitgekeerd. Om een voorbeeld te geven, wanneer er wordt ingebroken voelt de bewoner zich niet langer veilig in eigen huis en wil die daarom het liefst verhuizen. De boete voor de dader wordt forfaitair vastgesteld op de kosten van een verhuizing, inclusief overdrachtsbelasting, makelaarskosten, de verhuizing zelf en de inrichtingskosten van de nieuwe woning. Dit wordt in rekening gebracht bij de dader. Mocht de dader dit niet kunnen betalen, dan wordt het bedrag door de overheid voorgeschoteld en aan zijn persoonlijke staatsschuld toegevoegd. Indien alle perspectief dat deze schuld ooit wordt terugbetaald ontbreekt, wordt de dader beschouwd als ware hij een asielzoeker.

Bovengenoemde aanpak wordt tevens ingezet om katvangers tot andere gedachten te brengen. Het ‘business model’ van een katvanger is dat niemand hem iets kan maken, omdat er van een kale kip geen veren geplukt kunnen worden. Maar het idee dat hij het recht om te blijven wonen waar hij woont daarmee kan verliezen ondermijnt dit model.