Het Sociaal Contract denkt buiten de kaders en is daarom veelvoudigd in staat gebleken de concepten aan te dragen waarmee heikele questies opgelost konden c.q. kunnen worden.

Het Sociaal Contract was de eerste landelijke politieke partij om te pleiten voor een volledige stopzetting van de aardgaswinning in Groningen. Reeds in juni 2012 hebben wij een realistisch plan geopperd om dit te realiseren.

Het Sociaal Contract is de eerste landelijke politieke partij die inziet dat boeren zowel producenten als landschapsbeheerders zijn, en dat de gemeenschap er beter aan zou doen om ze alleen voor landschapsbeheer te betalen. Dit inzicht en dit beleid zijn onmisbaar om de stikstofcrisis, de verkleining van de veestapel en het tegenhouden van de aantasting van ons platteland door doorgeslagen schaalvergroting aan te pakken.

Het Sociaal Contract is de eerste landelijke politieke partij die hardop durft te stellen dat de gemeenschap de zorg inricht op basis van de prijs-prestatieverhouding, waarbij de prestaties worden gemeten in termen van toegevoegde kwaliteitslevensjaren. Daarmee leggen wij de basis voor een zorgsysteem waarvan de kosten ook op termijn beheersbaar zijn, en stimuleren wij preventieve maatregelen in plaats van die door middel van perverse prikkels uit het zorgdomein te weren.

Het Sociaal Contract is de eerste landelijke politieke partij die het aandurft om de zelf toegeëigende ‘rechten’ van ouderen ter discussie te stellen. Wij maken dit bespreekbaar door normale boekhouding ook op de overheid toe te passen. Wij pleiten er voor dat gedwongen financiële overdrachten van jongeren naar ouderen alleen aan de orde zijn voor zover ouderen anders onder het bestaansminimum terecht zouden komen.

Het Sociaal Contract is de eerste landelijke politieke partij die effectieve maatregelen aandraagt om overlastgevende ASO’s uit onze steden en buurten te weren. Ze betalen voor de maatschappelijke schade die ze veroorzaken, en indien dat hen niet lukt worden ze zoals asielzoekers gehuisvest waar dat onze gemeenschap goed dunkt.

Wij zijn gewend aan overheidsschuld en zien het daarom niet als probleem, en al helemaal niet nu dat de rentes op overheidsschulden negatief zijn. Maar dan halen wij twee dingen door elkaar: of de houdbaarheid en de legitimiteit van de overheidsschuld houdbaar. Is onze generatie bevoegd is deze schuld op het bord van de volgende te deponeren?

Overheidsschuld wordt berekend en verstaan zoals de schuld van elk andere organisatie en persoon, volgens normale boekhoudingsprincipes. Dus niet de boekhoudingsprincipes van politici. In een normale boekhouding betekent het aangaan van een verplichting om iemand in de toekomst iets te betalen dat de aanspraak als een schuld geboekt moet worden en dat geld gereserveerd moet worden om de aanspraak te kunnen honoreren. In een normale boekhouding resulteert een investering in de toegenomen waarde van het bezit, dat bij het vermogen geteld dient te worden.

Zo bezien, hebben wij een AOW-schuld: het bedrag aan opgebouwde AOW-aanspraken dat wij verwachten ooit te moeten uitkeren, minus de reserves die wij opzij hebben gezet om deze aanspraken te kunnen financieren. Deze AOW-schuld is aanzienlijk, het neemt per jaar toe met ongeveer €4.000 per Nederlands ingezetene van tussen de 15 en de 65 jaar, omdat wij niets opzij zetten om de AOW uit te kunnen betalen.

Daar tegenover valt de staatsschuld eigenlijk wel mee. Die bedraagt zo ongeveer 60% van onze Bruto Nationaal Product, maar wordt zo goed als volledig gedekt door de waarde van onze infrstructuur. De netto staatsschuld is ongeveer nul.

Met de onderwijsschuld is het zelfs beter gesteld. De overheid heeft in het verleden betaald voor basis-, voortgezet en hoger onderwijs, en verwacht in de toekomst daarvoor hogere belastingopbrengsten. De onderwijsschuld is flink negatief, wat voor schulden betreft heel prettig is.

Maar wij hebben andere overheidsschulden. In het bijzonder hebben wij een milieuschuld, bestaande onder meer uit de bedragen die wij zullen moeten uitgeven ten behoeve van het tegengaan van de opwarming van de aarde c.q. het bestrijden van de gevolgen daarvan, het oplossen van de stikstofcrisis, en het opruimen van schadelijke stoffen zoals asbest en PFAS. Deze overheidsschuld is pakweg €20.000 per huishouden.

Elke Nederlands ingezetene van 15 jaar en ouder bouwt elk jaar zijn eigen aandeel in de totale overheidsschuld op. Wij hebben allemaal onze persoonlijke staatsschuld. Dit kan worden berekend door de totale toename in de netto overheidsschuld te delen door het aantal ingezetenen. In normale boekhouding is deze schuld echt een persoonlijke schuld en dient het in vermindering op een ieders vermogen te worden gebracht. Wie leeft is rente en aflossing op deze schuld verschuldigd. Wanneer iemand sterft behoort eerst deze schuld te worden ingelost, aalleen wat overblijft komt de erfgenamen toe.

Door onvoldoende in kennis te investeren pleegt onze huidige regering roofbouw op ons meest waardevolle bezit. Dat moet drastisch anders…

Talent wordt gestimuleerd. Alle niveaus van ons onderwijssysteem hebben als eerste prioriteit het tot ontwikkeling brengen van de gaven van de studenten die meekunnen. De zesjescultuur wordt afgestraft. Studiefinanciering wordt gekoppeld aan de behaalde cijfers. Een calculerende student besteedt zijn tijd aan het halen van een acht in plaats van aan een bijbaantje. Hoger onderwijs is een grote investering, niet slechts vanwege de circa €15.000 dat een studieplaats jaarlijks kost maar ook de €10.000 aan gederfde volksverzekeringspremies en zorgbelasting. Een student die langer over zijn studie doet om tijd voor een bijbaantje over te houden maakt een afweging die voor de samenleving slecht uitpakt. 

Omdat studie een investering van de gemeenschap in haar toekomst is, is de beurs een gift, niet een lening, ook niet voor mastersstudenten. Daar staat tegenover dat elk jaar waarvan een student een basisbeurs geniet wordt vertaald in een half jaar later AOW krijgen. En in een iets hogere AOW-premie als compensatie voor de kortere opbouwperiode.

Investeringen door bedrijven en universiteiten in kennis worden gestimuleerd door middel van subsidies die als catalyst werken, ze leiden tot meer investeringen door marktpartijen.

De AOW moet anders. Niet alleen om dat het onbetaalbaar wordt – alhoewel dat als een paal boven water staat – maar omdat het oneerlijk is. Wij betalen ouderen met het geld van onze kinderen, alsof het ons geld was.

Wij krijgen de AOW waarvoor wij hebben betaald. Dat is ons recht, en niemand die dat van ons af pakt. Maar helaas hebben wij met elkaar afgesproken dat toekomstige generaties onze AOW zouden betalen, en betaalden wij zelf minder dan nodig was om onze eigen AOW te dekken. Dat was niet helemaal eerlijk. Wij kunnen aan deze afspraak met onszelf geen rechten ontlenen.

Het verschil tussen wat wij hebben betaald en waar wij op hebben gerekend krijgen wij van de gemeenschap als wij het nodig hebben, anders betalen wij hetzelf. Wij zullen niet op een houtje hoeven bijten. Wij krijgen een waardige oude dag en zijn er trots op dat dit niet ten koste gaat van de toekomst van het land. Wij hebben hard gewerkt om het op te bouwen en dat laten wij niet verloren gaan.

Deze aanvulling op de AOW is gelijk aan de bijstand. Het zal niet hoger of lager zijn en zal niet met afwijkende regels worden uitgevoerd. Wat wij altijd goed genoeg voor bijstandsgerechtigden hebben gevonden is goed genoeg voor ons. Met de maat waarmee wij meten worden wij gemeten.

Pensioenreserves worden uitsluitend gebruikt voor de personen voor of door wie de premies zijn betaald. Mensen voor wie te weinig premie opzij gezet is om de verwachte pensioenuitkering te financieren hebben pech. Dat is echter geen reden om geld van anderen naar hen over te hevelen. Jouw pensioengeld wordt niet gebruikt om de pensioenpech van een ander te compenseren.

Wij beseffen ten volle dat bovenstaande bepalingen voor velen zullen overkomen als een oneerlijke aanslag op hun inkomen. Maar elke reden om het oneerlijk te vinden, is dubbel en dwars een reden om het oneerlijk te vinden dat de rekening wordt doorgeschoven aan hen die part noch deel daaraan hebben.