Wij geven azielzoekers een humane behandeling, conform letter en geest van de internationale verdragen.

Wij doen niets om hen weg te pesten – niet dat dat ooit heeft geholpen, trouwens. Vanaf de dag dat ze hun asielaanvraag indienen mogen ze werken, betaald of als vrijwilliger, en worden ze daartoe aangemoedigd. Hun inkomsten worden grotendeels in mindering gebracht op de AZC-kosten.

Asielprocedures zijn zo kort als maar kan. Indien blijkt dat hun asielaanvraag geen kans maakt omdat ze veilig in het land van herkomst kunnen leven, helpen wij ze om naar dit land terug te keren. Van daar kunnen ze hun asielaanvraagproces voortzetten, gefaciliteerd door het Nederlands consulaat ter lande.

Landen die weigeren mee te werken aan de terugkeer van afgewezen asielzoekers krijgen de rekening daarvoor gepresenteerd in de vorm van een heffing op import vanuit dat land. Het gaat om dezelfde soort heffing als wanneer geïmporteerde goederen niet op basis van een ‘living wage’ zijn geproduceerd of niet conform internationale milieu- en klimaatafspraken zijn gemaakt. Deze heffing wordt per definitie aan het land van herkomst besteed en is daarom geen handelsbelemmering. De heffing dekt wel de kosten die Nederland voor de asielzoeker de facto namens het land van herkomst maakt.

Elke asielzoeker waarvan de asielaanvraag gehonoreerd is krijgt de kans om deel te maken van onze gemeenschap. Indien dat niet goed lukt dan moet hij terug van de stad waar hij huisvesting heeft gekregen naar een AZC en wordt zijn woning aan een nieuwe asielzoeker toegewezen.

De toeslagaffaire liet zien hoe mensen met kleine schulden toch enorm in de problemen kwamen, dankzij het schuldenspiraal.

In de huidige opzet komen mensen met schulden vaak in een schuldenspiraal terecht. Hun schulden stapelen zich op en bereiken astronomisch hoogtes dankzij boetes en administratiekosten. Het wordt nog erger wanneer ze nieuwe schulden aangaan om bestaande schulden te kunnen betalen en wanneer boetes en administratiekosten berekend worden over eerdere boetes en administratiekosten in plaats van slechts over de oorspronkelijke schuld. Mensen worden op deze manier helemaal murw geslagen. Niet zelden verliezen zij het overzicht en gaan ze wanhopig proberen de ene schuld met de ander te betalen of durven ze brieven niet te openen of de deur open te doen wanneer gebeld wordt.

Het Sociaal Contract stelt voor dat boetes en administratiekosten slechts berekend mogen worden over de oorspronkelijke schulden, en slechts herhaald in rekening mogen worden gebracht indien de persoon met de schuld aantoonbaar in staat is de schulden te voldoen of geweigerd heeft een betalingsregeling aan te gaan. Loonbeslag mag alleen worden gelegd nadat een betalingsregeling geweigerd is. Overheidsdiensten, waaronder de Belastingdienst en gemeentelijke sociale diensten worden aan deze bepaling ten strengste gehouden, ook in gevallen waarvan zij grove schuld vermoeden of zelfs bewezen achten.

Onze woningmarkt functioneert niet. Starters krijgen geen voet tussen de deur en zijn daarom veroordeeld tot het betalen van exorbitante huren. Er zijn domweg te weinig woningen.

Onze woningmarkt is enorm oververhit. Dat is overigens niet slechts een Nederlands probleem, het komt voor in de meeste regio’s van de ontwikkelde landen. De oververhitting heeft overal dezelfde twee grondoorzaken. Ten eerste de lage rente, waardoor huizenkopers meer kunnen lenen en huizenmelkers de woningmarkt ingetrokken worden, gelokt door waardetoename van de huizen en de mogelijkheid woekerhuren te bedingen. Ten tweede wordt er onvoldoende gebouwd om aan de vraag te voldoen. Meer geld en beperkt aanbod leiden tot hogere prijzen. Maar dat is alleen maar het begin. Wanneer de woningmarkt nu eenmaal oververhit is geraakt, ontstaat er een dynamiek waardoor de prijzen blijven stijgen, ook bij gelijkblijvende rente. Dat is er wat nu aan de hand is in Nederland. De prijsstijging gaat maar door. Zolang deze dynamiek in stand blijft, zullen steeds meer potentiële kopers moeten afhaken, hoe desperaat ze ook zijn, omdat de prijzen niet bij te benen zijn. Er worden steeds hogere prijzen betaald door steeds minder kopers, die uit steeds minder huizen kunnen kiezen.

Daarnaast hebben wij grote problemen in de huursector. De wachtlijsten voor sociale huur zijn bijna overal in Nederland absurd lang, met uitschieters tot boven de 10 jaar. Sociale huurwoningen die vrijkomen zijn dikwijls bestemd voor doelgroepen met urgentie, zoals statushouders. Huurhuizen op de vrije markt zijn voor velen onbetaalbaar.  Een steeds grote groep valt tussen wal en schip: een koophuis kunnen zij niet betalen en een betaalbare huurwoning kunnen zij niet vinden.

De rente kunnen wij nauwelijks beïnvloeden, de dynamiek van de woningmarkt wel. Maar dat is niet eenvoudig. Maatregelen over de hele linie zijn nodig: om snel meer woningen te bouwen, om mensen bereid te maken te verhuizen, om meer sociale woningen te kunnen aanbieden.

Wij stellen de volgende maatregelen voor:

  1. Het borgen dat iedereen fatsoenlijk kan wonen wordt weer een overheidstaak, onder de verantwoordelijkheid van een minister.
  2. Wij versnellen de procedures om te mogen bouwen. De meeste rechten om bouwvergunningen aan te vechten zetten wij om in rechten om na de bouw planschade te verhalen. Doorlooptijden van deze procedures worden tot een minimum teruggebracht, met dezelfde urgentie als de doorlooptijden bij vaccinontwikkeling ineens van minimaal 5 jaar kon worden teruggebracht tot minder dan een jaar. Hierdoor kan de productie van nieuwe woningen worden opgeschroefd, opdat de woningnood over zeven jaar voorbij is. Op korte termijn sneuvelt de perceptie dat woningprijzen alsmaar zullen stijgen, waardoor de echte gekte uit de woningmarkt verdwijnt.
  3. Wij zorgen dat mensen die kleiner kunnen wonen ook geprikkeld worden om dat te doen, want kleinere woningen zijn sneller en goedkoper te realiseren dan grotere. Voor de sociale huur geldt dat bewoners van huizen met meer slaapkamers dan op basis van de actuele gezinssituatie nodig zijn als ‘grootwoners’ bestempeld worden en navenant belast. Vier slaapkamers voor een echtpaar is drie teveel, dus betalen ze de sociale huur voor een woning met maar een slaapkamer terwijl het restant van de huur wordt herberekend op basis van gangbare vrije sector huren. Voor koopwoningen valt slechts het nodige deel  in box 1 en het overige in box 3.
  4. Wij zorgen dat sociale huurwoningen slechts worden verhuurd aan mensen die een sociale huurwoning echt nodig hebben. Bewoners die teveel voor sociale huur verdienen krijgen de optie hun huurhuis te kopen voor een reële prijs, of anders hun woning tegen een gangbare vrije sector tarief te huren. Statushouders die er niet in slagen om deel van de samenleving te worden kunnen net zo goed in een AZC wonen, daarom alloceren wij hun woningen aan nieuwe statushouders die er hopelijk wel in slagen deel van de gemeenschap te worden. Gezinnen die vanwege crimineel of asociaal gedrag schade aan hun leefomgeving berokkenen worden eveneens verplaatst naar AZC-achtige woonvormen. Nadat de schade vergoed is krijgen ze nieuwe kansen in nieuwe omgevingen.
  5. Woningbouwverenigingen investeren de meerhuren van grootwoners en scheefwoners in de bouw van nieuwe woningen, waaronder ten minste de kleine woningen waar grootwoners naartoe kunnen verhuizen.
  6. De huren in de vrije sector worden per wet begrensd tot het bedrag dat de eigenaar op basis van de WOZ-waarde aan een volledige hypotheek kwijt zou zijn geweest. De winst voor de eigenaar zit daarom in de waardetoename van zijn bezit, aangevuld met de hypotheekrente op het deel van de woning waarvoor hij geen hypotheek betaalt. Dankzij deze maatregel zullen investeerders geen marktverstorende effecten meer veroorzaken.

Bij al deze maatregelen is het onderscheid tussen nood en pech aan de orde. Een grootwoner die de additionele huur kan betalen heeft enkel pech, een die dat niet kan betalen heeft nood en wordt door de gemeenschap op een billijke manier geholpen.

Europa is lastig. Maar geen Europa is nog lastiger. Live with it!

Nederland is gebaat bij goede internationale betrekkingen, zowel met landen veraf als dichtbij. De EU en de euro hebben het voor ons makkelijker gemaakt om handel te drijven en zodoende veel geld opgeleverd. Tegelijkertijd hebben ze ons ook kwetsbaarder gemaakt.

Wij hebben de EU nodig om handelsafspraken te maken. In het bijzonder om invoerheffingen waarmee geborgd dat arbeiders in productielanden een ‘living wage’ voor hun arbeid ontvangen en dat goederen op een milieu- en klimaatvriendelijke manier geproduceerd worden.

De EU moet meer besteden aan investeringen in de economische kracht van Europa als handelsblok, en minder aan de landbouw. Indachtig het principe dat agrariërs primair voor landschapsbeheer worden betaald, wordt de helft van de landbouwsubsidies in een land betaald door het land zelf. EU subsidies aan landen waar de rechtspraak en de pers gehinderd worden om zich onafhankelijk van de regering op te stellen worden opgeschort. EU subsidies die in de zakken van politici en hun kornuiten verdwijnen worden teruggevorderd.

Wij hebben afgesproken dat de landen in de EU solidair met elkaar zijn. Net zoals binnen Nederland eisen aan bijstandsontvangers worden gesteld, stelt de EU eisen aan netto ontvangers. Onder meer moet een land dat aanspraak maakt op noodhulp aantoonbare stappen nemen om de begroting op orde te krijgen en het geld terug te betalen. Solidariteit geldt immers in twee richtingen.

Onze houding ten opzichte van de EU is kritisch, maar in beginsel positief. We kunnen het met bepaalde beslissingen op Europees niveau oneens zijn en constateren dat het veel efficiënter moet, zonder daarmee de samenwerking en solidariteit met Europese bondgenoten op zich af te wijzen.

De gulden komt niet terug. Breken met de euro zou een heleboel geld kosten (geld maken, inwisselen, machines en elektronica ombouwen, enzovoorts) en maakt het voor ons internationale handelsverkeer alleen maar moeilijker. De euro willen vervangen door een nieuwe gulden staat gelijk aan je verstand willen vervangen door misplaatste nostalgie. Beter is het om eurolanden die zich structureel niet aan de regels houden en daarmee inflatie veroorzaken te treffen met sancties: boetes, korting op subsidies, verlies van politieke invloed in Europa en in uiterste gevallen het inleveren van de euro.

Immigratie is weliswaar een heikel onderwerp, maar het leent zich om conform de gouden regel te worden ingevuld.

Van oudsher is ons land een immigratieland, en steeds zijn wij er beter van geworden. Deze positieve balans willen wij handhaven. Maar wij zijn wel voorzichtig met immigratie. Het raakt het hart van de gemeenschap.

De beslissing om een huwelijkspartner toe te laten tot Nederland is een beslissing die de gemeenschap aangaat. Het moet om een echt commitment tussen partners gaan, dusdanig dat de in Nederland woonachtige partner bereid is zich in het land van zijn of haar partner te vestigen indien en voor zolang de buitenlandse partner niet in Nederland wil of kan wonen. Een aanvraag om een buitenlandse partner naar Nederland te mogen halen wordt vergezeld door een borg van tienduizend euro. Een rechter toetst of het redelijk is dat Nederland het vestigingsland van het paar zal zijn, rekening houdend met hun beider kennis van de taal en cultuur van beide landen en de mogelijkheden tot vestiging in dat andere land, onder het axioma dat beide vestigingslanden gelijkwaardig zijn. Bij een rechterlijke afwijzing wordt de borg teruggestort nadat de aanvrager zich daadwerkelijk in dat andere land gevestigd heeft. Bij een toewijzing wordt de borg teruggestort nadat de buitenlandse partner een eigen verblijfsstatus in Nederland heeft verworven of niet meer in Nederland woont, in beide gevallen onder aftrek van tussentijds genoten bijstandsuitkeringen van een of beide partners en met toevoeging van rente.

Waar een of beide huwelijkspartners zich niet aan hun verplichtingen houden en het niet mogelijk is hen het land uit te zetten worden ze geacht zich buiten de gemeenschap te hebben geplaatst.

Gezinnen, daar moeten wij het van hebben. Het Sociale Contract gelooft dat wij als gemeenschap daarin moeten investeren.

Het gezin is de belangrijkste plaats waar wij leren wat een gemeenschap is en hoe wij daarin tot ons recht kunnen komen. Goed functionerende gezinnen zijn mede daarom voorwaardelijk voor een goed functionerende gemeenschap. Een investering in de gezinnen van ons land is een investering in onze gemeenschappelijke toekomst.

Het Sociaal Contract investeert in gezinnen door de zorg van ouders en grootouders voor kinderen te belonen. Wie zorgt voor een of meer kinderen uit een gezin die te jong zijn om naar school te gaan ontvangt per dag een dagloon dat op jaarbasis voldoende is om de volksverzekeringspremies te betalen. Zorg voor basisschoolkinderen wordt beloond met de helft van dat bedrag. Ouders die er voor kiezen om hun kinderen op een crèche of bij de naschoolse opvang onder te brengen kunnen de volledige kosten over de uren die ze werken in mindering brengen op hun belastbare inkomens over deze uren. Crèches worden goedkoper doordat bijstandsontvangers als de tweede kracht in elke groep hun bijstand verdienen. Daarnaast is er kinderbijslag voor elk tweede en daarop volgende kind uit een gezin, totdat ze de basisschool verlaten.

De beloning aan ouders en grootouders wordt gefinancierd als investering. Het geld dat wij daaraan uitgeven wordt geoormerkt per jaar om uit de inkomstenbelastingen van twintig jaar verderop te worden gehaald.

Onze samenleving hinkt op twee benen als het gaat om boetes. Ze zijn bedoeld als straf, maar ook om de staatskas te spekken. Hierdoor geven wij de daders twee tegenstrijdige signalen.

Maatregelen om wetten te handhaven zijn bedoeld om ons land veiliger te maken, niet om de gemeenschapskas te spekken. De inzet is gedragsverbetering.

Wanneer je een verkeersovertreding begaat krijg je daar de eerste keer geen boete voor, maar een schriftelijke waarschuwing, die uiterlijk de dag na de overtreding op de post wordt gedaan.

Alle opbrengsten van verkeersboetes worden besteed aan de verkeersveiligheid. Niemand moet kunnen zeggen dat hij of zij beboet is om de staatskas te spekken, om zich daardoor een vrijbrief te geven verkeersgevaarlijk gedrag voort te zetten of anderen tot dergelijk gedrag aan te zetten. Mensenlevens zijn daar veel te belangrijk voor. Dat is overigens ook de reden waarom de hoogte van boetes stijgt met de draagkracht van de overtreder.

Financiële prikkels worden tevens ingezet voor gedragsverbetering van criminelen. Wie inbreekt, steelt of mensen aanvult krijgt naast een vrijheidsstraf dat op de aard van de daad is afgestemd tevens een boete dat forfaitair is afgestemd op de impact op de slachtoffer. Deze boete wordt aan de slachtoffer uitgekeerd. Om een voorbeeld te geven, wanneer er wordt ingebroken voelt de bewoner zich niet langer veilig in eigen huis en wil die daarom het liefst verhuizen. De boete voor de dader wordt forfaitair vastgesteld op de kosten van een verhuizing, inclusief overdrachtsbelasting, makelaarskosten, de verhuizing zelf en de inrichtingskosten van de nieuwe woning. Dit wordt in rekening gebracht bij de dader. Mocht de dader dit niet kunnen betalen, dan wordt het bedrag door de overheid voorgeschoteld en aan zijn persoonlijke staatsschuld toegevoegd. Indien alle perspectief dat deze schuld ooit wordt terugbetaald ontbreekt, wordt de dader beschouwd als ware hij een asielzoeker.

Bovengenoemde aanpak wordt tevens ingezet om katvangers tot andere gedachten te brengen. Het ‘business model’ van een katvanger is dat niemand hem iets kan maken, omdat er van een kale kip geen veren geplukt kunnen worden. Maar het idee dat hij het recht om te blijven wonen waar hij woont daarmee kan verliezen ondermijnt dit model.

Democratie wordt vaak gedefinieerd als de helft plus 1. Dat is niet hoe Het Sociaal Contract het wil. Wij stellen spelregels voor die voorkomen dat de meerderheid haar macht misbruikt om anderen haar wil op te leggen. Recht gaat voor democratie.

Democratie stoelt op de gelijkwaardigheid van alle leden van de gemeenschap. De meerderheid respecteert de minderheid en behandelt die zoals zij zelf ook behandeld zou willen worden, zij is met de minderheid solidair. Ook in het democratisch proces hanteren wij de gouden regel als toetssteen. Van ieder deel van de gemeenschap mag worden gevraagd: zou u behandeld willen worden zoals u anderen behandelt? Deze vraag slaat niet slechts op de uitkomsten, maar ook op het proces. De Duitse bezetting van Nederland tijdens de oorlog zou fout zijn geweest, zelfs al hadden ze alleen maar onze bestwil voor ogen, en zelfs al zou ze daarin zijn geslaagd. Wat wij willen doen bepalen wij zelf, daar gaat een ander niet over. Schulden schuiven wij niet door naar volgende generaties, ook al doen wij het om hun bestwil, want wij gaan niet over hun geld.

Wij accepteren dat de gouden regel ook op ons wordt toegepast. Met de maat waarmee wij meten zullen wij zelf gemeten worden. Dat is een extra prikkel om de gouden regel consequent te hanteren, want de mogelijkheid dat de rollen weleens omgekeerd zullen worden kan niet worden uitgesloten.

Democratie is een spel waarin de deelnemers de regels tijdens het spel kunnen veranderen. En daarom zijn er regels om te bepalen welke veranderingen zijn toegestaan. Deze regels staan in onze grondwet. Grondwet staat boven wet. Artikel 1 van de grondwet geeft aan dat niet gediscrimineerd mag worden. Wetten die tot gevolg hebben dat de ouderen van nu voorrechten krijgen op een manier die het onmogelijk maakt om de ouderen van straks dezelfde voorrechten te geven, zijn discriminerend.